Martin Hillenga

achterwaarts bewegend – drogend daar het opwaarts regent

Whine gums

Een ruime maand ben ik nu de veertig gepasseerd. Een mild verontrustende constatering is dat ik steeds meer ga behoren bij het volksdeel dat de Engelsen zo adequaat aanduiden als grumpy old men. De enige geruststelling is de wetenschap dat mijn gemopper niet geheel onterecht is: ik heb gewoon ook steeds vaker gelijk.

Gelukkig valt het geklaag niet erg op. Nederland is een land van klagers. Volgens Herman Pleij, emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde,  is het beluisteren van het volkslied voldoende om die conclusie te kunnen trekken. Terwijl andere nationale hymnen doorgaans bol staan van gezwollen trots, sleept het Wilhelmus zich miepend voort als een grote jammerklacht:

‘Het Wilhelmus is een ontzettend klagerig lied… Alles zit tegen, ook al heeft Willem het goed gedaan. … Nederlanders klagen graag dat anderen alles verkeerd doen en dat alles misgaat. Daar past dit lied goed bij.’

Een voorzichtige Top 3 van zaken waarover geklaagd wordt: het weer, de veranderende samenleving (‘dit land hólt achteruit’) en de belastingen. En dat lijstjes nooit kloppen natuurlijk.

wilhelmus_geuzenliedboek

Het Wilhelmus in het Geuzenliedboek. En nu niet klagen dat u het niet kunt lezen: vroeger, toen alles beter was, konden mensen dat wel. Bron: Koninklijke Bibliotheek.

Ook binnen de joodse cultuur is klagen — kvetsh’n — een dragend element. Tenminste als we het boek Born to Kvetch. Yiddish language and culture in all its moods van Michael Wex mogen geloven. De schrijver haalt om dit te illustreren een joodse mop aan, gebaseerd op zelfreflectie:

‘Een oude joodse man zit in de trein en klaagt herhaaldelijk “Oy, wat heb ik een dorst; oy, wat heb ik een dorst”. Dit tot ergernis van de overige passagiers. Uiteindelijk haalt een van de reizigers een glas water. De oude man bedankt hem overvloedig en slaat het glas vervolgens gulzig achterover. Tevreden keert de medepassagier terug naar zijn stoel, om vanaf daar continue te horen “Oy, wat had ik een dorst; oy wat had ik een dorst”.’

Wex gebruikt deze mop om de lading van het begrip kvetsh’n toe te lichten:

‘the fundamental idea that kvetching—complaining—is not only a pastime, not only a response to adverse or imperfect circumstance, but a way of life that has nothing to do with the fulfillment or frustration of desire.’

Slechts één maal was ik kort in Israël, op doorreis. De middag gebruikte ik om in Jeruzalem wat highlights te bezoeken. In de rij voor de veiligheidscontrole bij de Klaagmuur, de eerste stop, grepen alle omstanders in hun jaszak toen de hemel ineens betrok. Zij haalden paraplu’s en regenkapjes — voor over de hoed — tevoorschijn, ik kwam niet verder dan een zakje plakkerige wine gums. Die lust ik niet eens, maar in het vliegtuig werden ze uitgedeeld. Gratis, dus zeg maar eens nee.

Klaagmuur 2012

Van de Klaagmuur zag ik haast niets, omdat ik door de stortregen een sprint richting de bushalte trok. Voor een foto was het al helemaal niet de gelegenheid. De abri regende bovendien in, de bus was behalve laat ook overvol, zodat ik moest staan.

Het liefst had ik gemopperd ‘En dat allemaal van mijn belastingcenten’, maar dat was helaas niet zo. When it rains, it pours.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op november 11, 2013 door in Autobio, Reizen, Uncategorized en getagd als , , , , .

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 251 andere volgers

Advertenties

Archief

Twitter Updates

%d bloggers liken dit: