Martin Hillenga

achterwaarts bewegend – drogend daar het opwaarts regent

Iene miene mutte

‘Pietieties’ en een brede volksverontwaardiging — laat staan scheldpartijen — kwamen er niet aan te pas, maar de thematiek zoals die nu een rol speelt in Zwarte Piet-gate is voor taal- en volkskundigen niet nieuw.

De afgelopen decennia werd door hen op wat rustiger toon, en kennelijk zonder veel belangstelling van het grote publiek, gediscussieerd over vermeende vooroordelen in overleverde gebruiken. Om iene miene mutte hiervoor een willekeurig voorbeeld te geven: Iene miene mutte.

Hoewel vast bij een ieder bekend, luidt de basistekst daarvan:

Iene miene mutte
Tien pond grutten
Tien pond kaas
Iene miene mutte is de baas.

Slavernij?

In 1981 stelde de schrijver en taalwetenschapper F.M. Arion dat het bekende aftelrijmpje een verrassende, Afrikaanse oorsprong had. Hij was van mening dat de oorspronkelijke tekst terugging op het Portugees-Creools. Die zou dan luiden:

Iene miene muito
Tempo de n’ gruta
Tempo de n’ kasala
Iene miene muito
Es de baixe.

In vertaling levert dat op: ‘Veel meisjes / tijd om te vrijen / tijd om te trouwen / veel meisjes / daar beneden.’

Volgens Arion zou het vers ontstaan zijn op een slavenschip. De mannen werden daarop — althans volgens de taalwetenschapper — aan dek vervoerd, de vrouwen beneden, in het ruim.

Johannes-vingboons-11-kasteel-elmina-en-fort-nassau-ghana

Elmina aan de Goudkust (Ghana). Het fort van de WIC was een centrum van slavenhandel aan de Afrikaanse westkust. Gravure van Johannes Vingboons, 1665.

Op deze verklaring is inmiddels de nodige kritiek geleverd. Ten eerste betreft dat de overlevering. Er zit een gat van een eeuw tussen de bloeitijd van de Trans-Atlantische slavenhandel en de eerste schriftelijke optekening van rijmen met een vermeende Creoolse achtergrond.

Naast ‘Iene miene mutte’ wijst Arion ook op een Afrikaanse achtergrond van ‘Oze wieze woze’; van het aftelrijm dateren de eerste schriftelijke weergaven uit de negentiende eeuw, de oudste geschreven versie van ‘Oze wieze woze’ is niet ouder dan 1941.

Een tweede vorm van kritiek betreft het verspreidingsgebied. Aftelversjes, waarvan het begin hetzelfde metrum heeft en een gelijke klankkleur, worden aangetroffen in eigenlijk alle Europese landen. Ook in gebieden die weinig of niets met de slavenhandel van doen hadden. Een Duitstalige versie luidt bijvoorbeeld:

Ene, mene, miste,
es rappelt in der Kiste.
Ene, mene, muh
und raus bist du.

Arion wees de kritiek vrij ferm van de hand. De Creoolse achtergrond van kinderrijmen noemde hij al eerder, bij de introductie van zijn bevindingen, een ‘racistisch wespennest’. Nog  in 1998, naar aanleiding van de onthulling van het slavernijmonument, schreef hij: ‘collega-filologen lopen er nog steeds in een grote boog omheen, in de hoop met doodzwijgen de gouden kleur van het verleden tegen het brons te vrijwaren’. Het ‘brons’ staat hier voor de slavenhandel, die bijdroeg aan glans en welvaart van de Gouden Eeuw.

Oversteek

Voor één van die oudste schriftelijke overleveringen van het aftelrijm moeten we de oceaan over. Ook het perspectief van het versje verandert daardoor. In plaats van een relict uit de slavengemeenschap, lijkt het Iene Miene Mutte dan juist een overblijfsel uit een samenleving van slavenhouders.

In 1880 tekende H. Bolton in zijn boek The counting-out rhymes of children. Their antiquity, origin and wide distribution het rijm op als:

Eeny, Meeny, Miny, Mo,
Catch a nigger by his toe,
If the hollers let him go!
Eeny, Meeny, Miny, Mo.

In latere versies is het ‘nigger’ veelal vervangen door het politiek correctere ‘tiger’.

luv

Luv, in 1979: ‘… catch a monkey by the toe’.

Maar kennelijk werd de oorspronkelijke tekst niet geheel vergeten. Nog in 2005 voerden twee passagiers een rechtszaak tegen de luchtvaartmaatschappij Southwest Airlines. Een stewardess had het aftelrijm gebruikt om hen stoelen toe te wijzen. Uit het rechtbankverslag:

Plaintiffs-appellants Louise Sawyer and Grace M. Fuller are sisters and African Americans. Plaintiffs arrived at the departure gate for a Southwest Airlines (Southwest) flight from Las Vegas, Nevada, to Kansas City, Missouri. Because plaintiffs checked in less than ten minutes prior to departure, they were placed as priority-standby passengers on Southwest’s next flight to Kansas City. After all non-standby passengers boarded the airplane, plaintiffs were allowed to board. While plaintiffs looked for open seats, a flight attendant announced: “Eenie, meenie, minie, mo, pick a seat, we gotta go.”

Plaintiffs claimed that the announcement referred to a nursery rhyme with a racist history, and was directed specifically at them as African Americans because they were the only passengers in the aisle and who had not found seats. Plaintiff Fuller, who is epileptic, claimed that she suffered a petit mal seizure during the flight as a result of the announcement.

Voor dit stukje is het niet van belang, maar de klacht werd uiteindelijk afgewezen.

Punt

Wat het voorbeeld Iene miene mutte laat zien, is dat geschiedenis weerloos is onder interpretatie. Een ieder kan naar believen historische argumentatie gebruiken om zijn vermeende gelijk kracht bij te zetten, of het ongelijk van de tegenpartij aan te tonen.

Arion wijst bijvoorbeeld alle kritiek al van de hand door collega’s te betichten van latent racisme, of standplaatsgebondenheid waarvan je jezelf niet kunt bevrijden.  Ikzelf zat in de inleiding op deze tekst ook in dit paradigma gevangen, op een ogenschijnlijk onschuldig punt. Als ik Arion een ‘Antilliaanse taalwetenschapper’ had genoemd, was dat dan behalve een geografische kwalificatie ook een onbedoelde verklaring geweest voor zijn standpunt geweest? Of zou dat zo door anderen kunnen worden opgevat? Doet het er toe?

De huidige discussie rond Zwarte Piet heeft eenzelfde karakter. Naar believen wordt er — Iene miene mutte — geput uit het verleden, zonder oog voor continuïteit of cultuurverandering. Het meeste geluid wordt nog geproduceerd in de definitie van ‘wij’ en ‘zij’; de historische argumenten daarvoor moeten vooral het eigen gewicht verzwaren. Elk rijmpje heeft tenslotte een afsluitende zin nodig, een wijzende vinger:’…. is de baas.’

Staartje

Ik houd m’n hart vast voor de wereld na 5 december. Want wie zoekt, zal altijd wat vinden.  Maar laat Ieniemienie — tot nu toe van onverdachte huize — dan met rust.

Leerzaam kijkplezier

Literatuur:

Anne de Vries, ‘Iene miene mutte’, in: Literatuur zonder leeftijd. Jrg. 16 (Den Haag 2002). Met verdere opgave van titels van F.M. Arion en vingerwijzing naar een oudere, Keltische oorsprong van het aftelrijm.

Iene miene mutte in de Liederenbank van het Meertens Instituut.

I. Opie en P. Opie, The Oxford Dictionary of Nursery Rhymes (Oxford 1951, 2e editie 1997).

L. en W. Bauer, Choosing who’s in it (2002).

Advertenties

Eén reactie op “Iene miene mutte

  1. Pingback: Wat is dat toch met die rare teksten van kinderliedjes van vroeger? (deel 2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op oktober 26, 2013 door in Geschiedenis, Uncategorized en getagd als , , .

Enter your email address to follow this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 252 andere volgers

Advertenties

Archief

Twitter Updates

%d bloggers liken dit: